Als Wilders op dinsdag 23 februari in Utrecht zou zijn geweest, zou hij een hartaanval hebben gekregen: Marokkanen, Nederlanders, Ghanezen, Turken, allemaal door elkaar en met elkaar. Allemaal schoonmakers die demonstreerden voor een betere CAO. ‘Allemaal in groepjes van hun eigen nationaliteit?’ – Absoluut niet! Nederlanders dansten met Surinamers op de muziek van Turkse muzikanten. Want of je nu zwart, geel of wit bent, als je in de schoonmaak werkt kom je samen met je collega’s op voor een beter loon, reiskostenvergoeding en bovenal, voor meer respect!
Edwin Vissinga
Het zal niemand verbazen dat de meeste schoonmakers niet bepaalt boven de Balkenende-norm uitkomen. Ze verdienen vaak weinig voor veel en hard werken. Om daar nog even een schepje boven op te doen, weigeren de schoonmaakbedrijven om het loon van de schoonmakers met de inflatie te laten meegroeien. De schoonmakers gaan er dus feitelijk op achteruit. Daar komt nog bij dat schoonmakers dikwijls tijdens een werkdag op meerdere plekken moeten werken. Bijgevolg zijn zij vaak de eerste paar uur aan het werk om hun eigen reiskosten te kunnen betalen. De schoonmakers komen daarom op voor een reiskostenvergoeding en een loonsstijging van 3%.
Daarnaast zetten de schoonmakers zich in voor een opleiding. Veel schoonmakers spreken slecht Nederlands en daarom is in de huidige CAO afgesproken dat nieuwe schoonmakers een vakopleiding krijgen tijdens werktijd. In ruil hiervoor is afgesproken dat zij in hun eerste jaar minder verdienen dan normaal. Nu vinden de schoonmaakbedrijven het natuurlijk geen probleem om de schoonmakers minder te betalen. Het probleem zit hem in het geven van de opleiding. Want van de 20.000 schoonmakers die vorig jaar een vakopleiding zouden moeten krijgen, hebben slechts 500(!) een opleiding gekregen.
Intimidaties
De schoonmakers zijn de verhalen en beloftes van de schoonmaakbedrijven meer dan zat. Zij pikken het niet langer! In heel Nederland zijn schoonmakers daarom in actie gekomen, met als nieuw hoogtepunt de demonstratie in Utrecht van dinsdag 23 februari. Maar het wordt de schoonmakers alles behalve gemakkelijk gemaakt om de straat op te gaan. Vrijwel iedere schoonmaker die je spreekt, geeft aan dat ze keihard worden geïntimideerd wanneer ze opkomen voor een betere CAO. Bijvoorbeeld een schoonmaker op de trein: ‘Mijn teamleider zegt dat ik minder tijd besteed aan mijn werk omdat ik met mensen praat over de acties. Ik ben daarom 60 cent per uur terug gezet.’
Ook maken de schoonmaakbedrijven dankbaar gebruik van het feit dat veel schoonmakers slecht Nederlands spreken, of dat zij hun rechten niet kennen. Een organizer verteld: ‘Het komt voor dat mensen plotseling twee contracten onder hun neus gedrukt krijgen: één waarin je akkoord gaat met minder gaat werken, de andere is een ontslag brief. Verteld wordt dat je één van beide moet tekenen, terwijl dat helemaal niet het geval is. Mensen weten simpelweg niet dat ze niets hoeven te ondertekenen.’
Strijdbaar
Maar ondanks het bedrog en de bedreigingen zijn de schoonmakers strijdbaar. Judy Lock, schoonmaker op Schiphol, vertelt: ‘Er zijn twee soorten mensen: zij die zichzelf respecteren en zij die dat niet doen. Alleen wanneer je voor jezelf op komt en je je niet laat intimideren, kun je wat bereiken.’ Gelijk heeft ze, want de schoonmaakbazen leveren niet vanzelf in.
De strijd van de schoonmakers kan daarom ook op steeds meer solidariteit rekenen. Onlangs, toen de schoonmakers in Amsterdam actie voerden, ging de ene na de andere duim omhoog. Eenmaal bij de belastingdienst aangekomen overstemden de receptionisten de schoonmakers bijna, toen er geroepen werd: ‘SCHOON GENOEG!’ Bij omstanders zijn er al zoveel solidariteitsboodschappen op schoonmaakdoekjes verzameld, dat de schoonmakers daarmee op 23 februari bijna de halve stationshal in Utrecht konden opvullen.
Intussen zeggen de schoonmaakbedrijven (die gemiddeld zo’n 8% winst maken) niets te kunnen doen: ‘Er is geen geld, ga maar naar de opdrachtgevers toe.’ Maar de opdrachtgevers die schoonmaakcontracten betalen, maken duidelijk dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de CAO in de schoonmaakbedrijven. Beide partijen dragen dus schuld, maar niemand wil deze op zich nemen. Laten we daarom hopen dat stoffige kamers, volle prullenbakken en stinkende gebouwen de schoonmaakbedrijven en opdrachtgevers snel wat creatiever zullen maken.
Werkdruk
De verhalen van de schoonmakers liegen er niet om. Iedere keer opnieuw wanneer je met een schoonmaker spreekt, denk je: ‘Nu heb ik alles gehoord, nu kan het echt niet erger!’ Tot je met de volgende schoonmaker in gesprek komt. Een voorbeeld is de torenhoge werkdruk waarmee zij te kampen hebben. Een schoonmaker in de buurt van station Den Haag-Centraal vertelt: ‘Om een trein schoon te maken, hebben we 30 minuten nodig, maar we krijgen er maar 15’. Tegelijkertijd wordt het aantal mensen steeds verder terug gebracht. Waar eerst vier à vijf mensen werkten, werken er nu nog maar drie. Voor iedereen die zich dus afvraagt waarom de treinen zo vies zijn, terwijl de schoonmakers zich uit de naad werken, weet nu dus waarom!
Naast de hoge tijdsdruk, is het werk ook fysiek zwaar. In de treinen moeten de schoonmakers bijvoorbeeld constant door hun knieën om de prullenbakken leeg te halen. Niet voor niets hebben veel schoonmakers daarom last van hun schouders, rug, knieën, en andere gewrichten. Een schoonmaker die voor een bank werkt, merkt op: ‘Wij hebben een van de hoogste ziekteverzuimen in Nederland. En dan vraagt men zich af hoe dat komt!’
Race to the bottom
Op andere plekken is dat niet anders. De concurrentie onder schoonmaakbedrijven is moordend, wanneer gevochten wordt om een contract binnen te halen. Wordt er daarbij bezuinigd op de winsten van de schoonmaakbedrijven? Absoluut niet! Het drukken van de kosten komt volledig op de schouders van de schoonmakers terecht: minder schoonmakers, een onmogelijk hoge werkdruk, een lage beloning, enzovoort. Het gevolg is dat het werk steeds sneller moet en dat er bepaalde werkzaamheden simpelweg niet meer gedaan kunnen worden. Niet voor niets spreekt de schoonmaakbond van een ‘Race to the bottom.’
Het zal menig treinreiziger al zijn opgevallen: van tijd tot tijd stromen de pullenbakken helemaal over, er kan niets meer bij. Ook de bezoekers van de belastingdienst zullen het ‘Schoon Genoeg!’-logo gezien hebben. In heel Nederland zijn de schoonmakers de manier waarop zij behandeld worden meer dan zat en komen zij op voor een betere CAO.
De schoonmakers zetten zich in voor een reiskostenvergoeding, een betere beloning en meer respect. Het feit dat ze veel reiskosten moeten maken om zich gedurende een werkdag van locatie naar locatie te verplaatsen, dient hierbij meegenomen te worden. Het wordt tijd dat de schoonmaaksector eens serieus genomen wordt. Iedere schoonmaker heeft zo zijn of haar verhaal over de misstanden in de sector. Daarom zijn de schoonmakers op 23 februari in actie gekomen. En dit zal niet het laatste zijn wat we van de schoonmakers gehoord hebben!
BERGEN OP ZOOM – CJB-lid Niels Minnaard is voor de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart de lijsttrekker van VONK, een nieuwe progressieve formatie in Bergen op Zoom. VONK komt voort uit actiecentrum De Vonk en hoopt dit jaar in de gemeenteraad te komen. Voorwaarts! sprak met Minnaard over de ideeën van de jonge Bergse partij. “We zijn meer dan een krakerspartijtje.”
Sali Oufi
Matthijs Dröge
Niels Minnaard leidt ons rond in vrijplaats De Vonk, de in 2008 gekraakte disco Vips in Bergen op Zoom. Het is er nu nog koud en donker, maar er zijn genoeg avonden dat er volop mensen aan de bar zitten en er dj’s draaien. Deze feesten hebben nu nog een doel: geld inzamelen voor VONK, de nieuwe lokale politieke partij die uit De Vonk is voortgekomen. Ook de CJB-afdeling Bergen op Zoom is bij de partij en bij het actiecentrum betrokken.
De leden van VONK gaan de gemeenteraadsverkiezingen in. Foto: Vrijplaats De Vonk-hyve.
De partij VONK is in december 2009 opgericht. Minnaard dacht er eerst aan om met een NCPN-lijst mee te doen, maar het draagvlak van De Vonk is een stuk groter. Volgens Minnaard is er ook veel onvrede over de plaatselijke SP-afdeling. “De SP -afdeling hier functioneert niet. Ze zijn altijd afwezig.” Wat dat betreft is er in Bergen op Zoom op links veel ruimte.
Punten waar VONK vooral op focust, wil ze een zetel krijgen, zijn antikapitalisme en antifascisme. Dit proberen ze te verwerken in het partijprogramma, maar dan gericht op lokaal niveau. Minnaard legt uit hoe VONK de ‘grotere’ thema’s zoals het antikapitalisme lokaal uitdraagt. “Ons programma pakt juist veel lokale issues aan. De gemeente moet €16 miljoen bezuinigen, veel geld voor een stad met 65.000 mensen. De meeste partijen willen daarom overal een beetje geld weghalen. Wij willen geen bezuinigingen op zorg, onderwijs en sociale woningbouw.”
Op de vraag of er enige kans is op een zetel, zegt Minnaard niet direct ja of nee, maar hij denkt uiteindelijk dat het best zou kunnen. De partij wordt nu wel een beetje gehyped in Bergen op Zoom. “Je ziet dat we steeds meer serieus worden genomen. Men dacht eerst dat het net zoiets was als de Toffe Jongens Pertij, een lijst die vier jaar geleden voor de lol meedeed. Maar inmiddels zien ze wel in dat we serieus meedoen.”
De aanwezigheid van een jonge lijsttrekker (21) zorgt voor nog meer aandacht. Minnaard zegt zelf: “We zijn een jongerenpartij mét ervaren leden.” Op de vraag wat Minnaard als lijsttrekker aantrekkelijk maakt, antwoordt hij lachend: “De ervaring die ik heb met de media, en ik heb een vlotte babbel. Ik moet bescheiden blijven, maar ik ben ook initiatiefrijk. Ik trek graag de kar.” Minnaard is met de activiteiten van vrijplaats De Vonk al vaker in de krant en op de radio geweest.
Als VONK een zetel gaat winnen, wil Minnaard deze zeker zelf innemen. Hij wil zich graag richten op de economische crisis, de sociale woningnood in Bergen op Zoom en het (anti)kraakbeleid. VONK pleit voor een gedoogbeleid ten opzichte van kraken als het kraakverbod is ingevoerd. Dit laatste wordt overigens uitgesteld tot zeker juni, aangezien het kabinet is gevallen. Je moet jaren op een sociale huurwoning wachten.
Lijst Linssen, een lokale partij die in het gemeentebestuur zit, ziet het probleem niet. Wethouder Linssen beweert dat krakers “niets te klagen hebben”, omdat de antikraak goed geregeld is. Volgens Minnaard ligt dit anders. “Als je antikraak gaat wonen heb je geen rechten. Je betaalt dan geen huur, maar administratiekosten. Ze kunnen je er binnen twee weken uit pleuren. Het is gewoon maffia-achtig. Een lid van ons dat antikraak woont moest een VONK-poster verwijderen, omdat dat niet bij de principes van de antikraakvereniging past. Extreem ondemocratisch dus. Als het een poster van Lijst Linssen was, dan was er niks aan de hand geweest.”
De verkiezingsposter van VONK. Foto: Vrijplaats De Vonk-hyve.
Het combineren van de CJB-activiteiten en het lijsttrekkerschap van VONK kan soms lastig zijn, geeft Minnaard toe. Toch ziet hij het niet als een probleem. Hij ziet juist veel raakvlakken. “De analyse van VONK over de meeste zaken is in wezen gewoon marxistisch.” VONK is een breder initiatief, want er zijn meer mensen die De Vonk steunen. “Het is zeker niet het zoveelste algemene lokale linkse clubje, zoals je die in veel gemeenten had. Een succes voor VONK is ook een stapje richting ons doel, het socialisme. Ik vind als CJB- en NCPN-lid en marxist-leninist dat VONK ook onze strijd helpt.”
Het halen van een zetel zou volgens Minnaard een mooi podium zijn en grote mogelijkheden geven. Met een zetel krijg je een fractiekamer, een nieuwe computer en een maandelijkse vergoeding. “Stel je voor dat we dat allemaal kunnen gebruiken voor acties, vergaderingen en materiaal!” Hij ziet een zetel echter niet als einddoel. “Het echte werk is hier, op straat, in de vakbond, op de scholen. Daar hangt het van af. Van studenten zoals jij en ik, de arbeiders van de toekomst en van nu, op de werkvloer.”
Je kent hem vast wel: dat oranje mannetje van het plastic afval. De plastic hero die je plotseling vanuit een bushokje toeroept: ‘Ik zit in je fleece jack’. En ’s avonds op tv spreekt ie je nog eens vermanend toe: ‘Geef plastic afval een nieuw leven’.
Malou van der Brug
En brave burgers als wij zijn, denken dan: ‘Milieu!’ en terwijl we al onze spaarlampen vervangen hebben door led-lampjes, rennen we direct met 6 verschillende tassen met gescheiden afval naar de daarvoor bestemde containers.
Het is natuurlijk (en ecologisch-biologisch) helemaal geweldig, al die aandacht voor milieu. Maar wat versta je eigenlijk onder milieu? Wikipedia verschaft helderheid: “Ons leefmilieu is de fysieke omgeving waarin het menselijk leven en het menselijk bestaan mogelijk is.” Fysieke omgeving. Menselijk leven. Menselijk bestaan.
Houd die gedachte vast.
Stel: je bent klaar met school of opleiding. Je hebt met veel moeite werk gevonden via een uitzendbureau. Je weet: het is tijdelijk, maar voorlopig brengt het brood (en allerlei andere dingen) op de plank. Inmiddels ben je bijna 2 jaar verder. Je bent aanbeland in fase B, de contractperiode van het uitzendwezen. Je werkpositie wordt al wat duurzamer. Is dit nog wel tijdelijk? Oke, het is nu wat rustiger, maar zoals de afgelopen 2 jaar het geval was, kwamen er altijd wel weer klussen tevoorschijn.
Maar dan… gaat het licht uit (en het was al een spaarlamp!). Het wordt donker. Je zit in een container, gescheiden van de andere werknemers. Want jij bent een wegwerpwerknemer. Fase B is Bye-Bye. Het bedrijf doet heel bewust aan scheiding van afval. Het heeft onlangs zelfs een groen project opgestart om klimaatneutraal te zijn.
Maar hoe zit het met de duurzaamheid van zijn medewerkers? Wat heeft groen licht geven om medewerkers met bijna 2 jaar ervaring en kennis weg te werpen te maken met een beter milieu? Fysieke omgeving. Menselijk leven. Menselijk bestaan.
Is er leven na fase B?
Geef wegwerpwerknemers een nieuw leven!
Je leert hem vast kennen: dat rode mannetje. De red hero die je plotseling vanuit elk bushokje toeroept: ‘Ik zit naast je in de kantoortuin’. En ’s avonds op tv spreekt ie je nog eens vermanend toe: ‘Geef wegwerpwerknemers een nieuw leven’.
De vakbond van schoonmakers organiseert komende dinsdag (23 februari) een landelijke staking. De actie vindt plaats op het Jaarbeursplein in Utrecht om 12.00 uur. De redactie van Voorwaarts! publiceert bij deze de oproep van de organizers van de schoonmakers.
Redactie
Beste mensen!
In de afgelopen weken is de Vakbond van Schoonmakers veel in het nieuws geweest. Er waren stakingen op verschillende plaatsen in het land. Trein en station schoonmakers namen het voortouw en legden al verschillende malen het werk stil, op Amsterdam CS leek het wel de avond na koninginnedag, één grote troep. Ze namen hun collega’s in kantoren, universiteiten en ziekenhuizen op sleeptouw, demonstreerden op de Dam, stonden zij aan zij met studenten in hun protesten en trokken door het land.
De lobby’s van verschillende grote opdrachtgevers werden bezocht, bezet en opgeluikt door actievoerende leden van de Vakbond van Schoonmakers, van ABN Amro tot Robeco en van de ING tot WTC. Ondertussen werden bij iedere actie meer schoonmaakdoekjes met solidariteitsbetuigingen verzameld van mensen uit het land, ze werden aan elkaar genaaid, met als resultaat dat de doek nu al bijna 10 bij 10 meter groot is!
In de afgelopen tijd is er veel ondernomen, vaak met uw steun, maar we zijn er nog niet. De Vakbond van Schoonmakers bereid zich voor op de knock out fase van de strijd tegen werkgever en opdrachtgever.
Op dinsdag 23 februari slaan wij opnieuw toe! Landelijke staking (zie bijlage).
Onze leiders en activisten van de Vakbond van Schoonmakers zouden het allen zeer op prijs stellen als jullie ons kunnen komen versterken!
Actievoerende schoonmakers op Schiphol hebben landelijke bekendheid gekregen. Eindelijk komen de grote problemen in de schoonmaakbranche eens naar buiten en wordt het duidelijk hoe slecht het personeel in deze sector behandeld en betaald wordt. FNV-organizer Willem Dekker (26) is twee jaar werkzaam in de schoonmaaksector en was actief betrokken bij de Schiphol-acties. Momenteel houdt hij zich bezig met de strijd voor een betere schoonmaakcao.
Annabelle Schouten en Mark Jan Smit
Actie van schoonmakers op Schiphol
Tijdens zijn studie werkte Willem Dekker in 2004 in een supermarkt achter de kassa. Hij kreeg een nulurencontract. Met andere woorden, hij kon er van de één op de andere dag weer uitgegooid worden. Vier jaar lang heeft hij zo’n contract gehad. Vrijwel meteen is Dekker lid van de vakbond geworden. Reacties vanuit de vakbond op Dekkers langdurige nulurencontract waren: dat kan niet, dat hebben wij niet zo afgesproken. ‘Dat kan dus wel als niemand wat doet’, vertelt Dekker.
Kassa 5
Het was moeilijk om het supermarktpersoneel warm te krijgen voor de vakbond. Daarvoor veranderde de samenstelling van het personeel te snel. Toch stond Dekker niet stil. Hij heeft een aantal mensen lid van de bond weten te maken en voor de site van FNV Bondgenoten schreef hij een anonieme column onder de naam ‘Kassa 5’ waarin het personeelsbeleid in de supermarkten aan de kaak gesteld werd. ‘In het begin was ik vooral bezig met de punten uit de CAO die overtreden werden”, aldus Dekker, “maar je moet uitgaan van wat de mensen bezig houdt. Mijn grote droom is nog altijd een staking bij de kassa’s. Nog nooit vertoond!’
FNV Jong
Dekker trad toe tot FNV Jong, toen deze in 2005 opgericht werd. In FNV Jong is Dekker mede verantwoordelijk voor de zogenaamde flexinspecties in de supermarkten. Doel hiervan was om onderzoek naar het flexwerk te doen en wat jongeren hiervan vinden door met hen te praten. In de periode dat Dekker actief was binnen FNV Jong is hij voor het eerst in aanraking gekomen met organizing-campagne binnen de FNV. FNV Jong ondersteunde die campagne en was aanwezig bij de acties. Maar verder is FNV Jong vooral een netwerk. Het heeft geen eigen leden en functioneert meer als een soort denktank.
Mensen activeren
Maar Dekkers werkzaamheden bij FNV Jong waren wel het opstapje naar een functie als organizer bij FNV Bondgenoten, en wel bij de sector schoonmaak, waar hij rond de jaarwisseling 2007/2008 aan de slag kon. Voor de eerste schoonmaakcampagne werd een extra organizer gevraagd. ‘Ze vroegen mij omdat ik vaak bij de acties aanwezig was, ik kende de campagne en de mensen’, aldus Dekker.
Maar hoe begin je als kersverse organizer? Dekkers eerste objecten waren de universiteitsterreinen op de Uithof in Utrecht en Fortis. Organizers uit de handel die daar ook aanwezig waren, hadden reeds netwerken opgebouwd waar Dekker gebruik van kon maken. Hij begon met het bezoeken van de schoonmakers tijdens de koffiepauzes en voerde vele gesprekken met hen. Proberen hen bij het cao-traject te betrekken was één van de doelen. Maar het is veel belangrijker om de mensen actief te krijgen. ‘We zijn er niet alleen om informatie te verstrekken, maar om mensen te activeren’, vertelt Dekker. “Je kijkt steeds: wie zijn de leiders? Het maakt niet uit of hij of zij lid van de bond is of niet.”
Beweging op Schiphol
Afgelopen jaar kwamen de acties van de schoonmakers op Schiphol landelijk in het nieuws. Dit feit alleen al is een grote overwinning. De meeste mensen hebben geen idee wat het werk van de schoonmakers precies inhoudt omdat de meeste kantoren ‘s avonds schoongemaakt worden wanneer het personeel al lang en breed thuis zit. ‘Mijn vader werkt op Schiphol’, vertelt Dekker. ‘Na de acties en de staking kijken de mensen daar nu anders tegen de schoonmakers aan.’
Hoe zijn ze erin geslaagd om het schoonmaakpersoneel op Schiphol zo massaal op de been te krijgen? De organizers begonnen met onderzoek, contacten leggen en de kantines binnengaan. ‘Dat was de zogeheten ‘Blitzweek’’, aldus Dekker. ‘We gingen tussen de mensen zitten. De boodschap was: word lid, word actief. We spraken met de mensen en de lidmaatschapsformulieren lagen op tafel.’ Heel laagdrempelig dus. Ook bezoeken de organizers mensen thuis. Dit geeft een goed inzicht in hun thuissituatie Vervolgens is er een bijeenkomst georganiseerd met de leiders en activisten onder de schoonmakers.
Vanuit deze basis zijn de acties op Schiphol ontstaan. De leiding van de schoonmaakbedrijven op Schiphol probeerde uit alle macht de angel uit de acties te trekken door medewerkers te intimideren en leugens te verspreiden. Maar wanneer je een goede basis hebt opgebouwd, kun je mensen in beweging krijgen. Dekker: ‘De mensen zijn over hun angst heen te helpen door ze boos te krijgen.’ Het resultaat mag er zijn: de schoonmakers raken steeds beter georganiseerd. Op de actiedag tegen de verhoging van de AOW-leeftijd legden zij op diverse plekken het werk neer.
Een ander resultaat is dat het vakbondswerk bruggen slaat tussen verschillende culturen. Dekker vertelt: ‘Via de vakbond brengen we die mensen bij elkaar. Staken is volgens mij de beste vorm van integratie.’ Samen strijden Ghanezen, Marokkanen, Kaapverdianen en anderen voor hun rechten.
Schoonmaken is een vak
De organisatiegraad in de schoonmaaksector is met een kleine 10% niet erg hoog. Wat verder opvalt, is dat een overgrote meerderheid allochtoon en vrouw is. Jongeren zijn daarentegen niet in grote getale te vinden in de schoonmaaksector. Een toenemend aantal werkt op uitzendbasis.
In de schoonmaaksector spelen allerlei issues. Door de vele uitbestedingen is er veel concurrentie. Opdrachten worden voor een zeer scherpe prijs aangenomen. Dat betekent een hoge druk op de kosten, waarvan de loonkosten de belangrijkste zijn. Werkdruk en de lage beloning zijn dan ook twee belangrijke issues waarop de sector zeer slecht scoort. Er zijn schrijnende gevallen voorgekomen van zieke werknemers die niet geloofd werden en eerst op het werk moesten verschijnen om aan te tonen dat ze daadwerkelijk ziek zijn. Daarnaast bestaat er een gebrek aan respect voor de schoonmakers vanuit de leiding, de opdrachtgevers en het kantoorpersoneel. Een ander belangrijk issue zijn de gespreide werktijden. Schoonmakers die acht uur per dag maken beginnen vaak om acht uur ’s ochtends en zijn pas om negen uur ’s avonds thuis omdat ze dan hier twee uur werken, dan daar anderhalf uur, e.d. FNV Bondgenoten heeft een duidelijke eis: een aaneengesloten werkdag van acht uur. Dekker: ‘We willen van schoonmaken weer het vak maken dat het is.’
Schoon genoeg!
De campagne Schoon genoeg! stelt dit centraal. Schoonmakers hebben schoon genoeg van de misstanden, de werkdruk, de respectloze behandeling. Onderdeel van de campagne is een fatsoenlijke cao. FNV Bondgenoten eist: 3% loonsverhoging (de schoonmaaksector maakt ondanks de crisis nog steeds 7% winst), reiskostenvergoeding, taalcursus Nederlands voor iedereen, schoonmaakcursus onder werktijd en een betere behandeling van zieke werknemers.
Steunbetuigingen vormen de grootste poetsdoek
Onlangs is het ultimatum aan de schoonmaakwerkgevers verlopen om de eisen van FNV Bondgenoten in te willigen. De afgelopen tijd hebben op diverse plekken (Amsterdam, Groningen et cetera) acties en stakingen plaatsgevonden, zowel gericht op de werkgevers als op de opdrachtgevers. Onderdeel van de acties is proberen in het Guinness Book of Records met de grootste poetsdoek ter wereld. Aan voorbijgangers wordt gevraagd een doekje te signeren en al deze doekjes worden aan elkaar genaaid. Ook Dekker is volop betrokken bij de acties als organizer van FNV Bondgenoten in de schoonmaaksector. Maar als echte organizer onderstreept hij het cruciale belang van de actiebereidheid op de werkvloer zelf, want de bond is er niet voor de werknemers, maar de werknemers zelf vormen de bond. ‘Het zal van de mensen zelf afhangen of we gaan winnen.’
‘Stem echt links – Help uw basiszorg te herstellen’. Met deze slogan gaat de NCPN Twente de gemeenteraadsverkiezingen in Enschede in. Met ‘Stem echt links’ benadrukt de partij dat er nog maar één echt linkse partij is die consequent strijdt voor het socialisme, maar ook voor lokale en actuele issues die samengevat zijn onder de noemer ‘Help uw basiszorg te herstellen’. Dat is de zorg voor de bevolking op alle sociale en maatschappelijke terreinen.
NCPN-kandidaten bij het Leninbeeld van Twentse Welle in Enschede. Foto: NCPN Twente
Als lijst 10 en met tien kandidaten op de lijst gaat de NCPN Twente de campagne in. De aftrap is op 30 januari met een Nieuwjaarsbijeenkomst in Enschede. De lijst wordt aangevoerd door Corry Westgeest, voorzitter van NCPN Twente. Met haar jarenlange actie-ervaring binnen en buiten de partij en met haar vele connecties in de stad, is zij de geschikte lijstaanvoerder voor de NCPN in Enschede.
Ook andere kandidaten hebben hun sporen verdiend in de partij, vakbond, ondernemingsraad en in het buurtwerk. Maar er staat ook een nieuw en jong gezicht op de lijst: CJB-lid en voorzitter van de CJB-afdeling Overijssel, Mark Jan Smit. Verder valt de naam van Joke Stip op. Zij is vooral bekend van de acties tegen de privatiseringen in het kader van de Wmo en de afbraak in de thuiszorg (zie Manifest van 19 november 2009 en van 17 december 2009).
Met een toename van het aantal werkzoekenden in Enschede van 11% naar 14% is werkgelegenheid natuurlijk een belangrijk item. Daarom is de NCPN voor het behoud van het vliegveld Twente en het aantrekken van vliegveldgerelateerde industrie. Sluiting is kapitaalvernietiging. Volwaardig werk en een volwaardig inkomen voor iedereen. Daarom vindt de NCPN dat de gesubsidieerde banen moeten blijven bestaan, dat mensen in de bijstand extra mogen bijverdienen en dat dure re-integratiebureaus afgeschaft moeten worden.
De NCPN heeft oog voor de dagelijkse beslommeringen van de bevolking. Zo moeten de mensen hulp krijgen bij het vinden van hun weg in het regeldoolhof van de belastingen en de bijstand door middel van een zogenaamde formulierenbrigade. Ook moet de bevolking meer mogelijkheden krijgen om met politieke problemen en oplossingen in de media aan het woord te komen. Publieke voorzieningen in de stad moeten verbeterd worden en het oude club- en buurtwerk moet in ere hersteld worden.
Met deze punten zal de NCPN de Enschedese bevolking gaan benaderen. Niet met een gelikte campagne met rode rozen, gratis prullaria en een hoop poespas, maar met heldere, echt linkse taal. Zoals het verkiezingspamflet besluit: ‘Eerst de mensen, niet de winst. Voor sociale rechtvaardigheid: kiest communisten weer in de raad.’
De Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) roept mbo-studenten op om woensdag te gaan staken in verband met het kamerdebat over de kwaliteit van het mbo-onderwijs. De studenten verzamelen zich om 16.00 uur bij het plein voor de Tweede Kamer in Den Haag om het recht op goed onderwijs te eisen. Voorwaarts! plaatst bij deze de oproep van JOB en een solidariteitsverklaring van de CJB.
Oproep JOB
Kom woensdagmiddag 10 februari 16.00 uur naar het plein voor de Tweede Kamer in Den Haag met ons staken!! Want om 18.30 is er een spoeddebat over de kwaliteit van het mbo. Oftewel het gaat over ons recht op goed onderwijs! Daar moeten we onze stem laten horen. Ze moeten naar ons luisteren. Trouwens voor een staking krijg je vrij!(als je überhaupt al les had )
Actiegroep “Mijn! BeroepsOnderwijs” roept mbo-ers op om aanstaande woensdagmiddag te gaan staken in Den Haag. Vind jij ook dat je recht op goed onderwijs hebt kom dan in actie! Wij zwijgen niet langer! Meld je bij ons aan! Want samen staan we sterk.
JOB ondersteunt deze actie volledig. Want de maat is vol:
- lessenuitval
- geen vervangende docenten
- geen roosters
- studievertraging door toedoen van school
- te weinig contacturen (zie inhoud 20-urennorm)
Het blijkt dat er duizenden leerlingen zijn die slecht onderwijs krijgen. Ze raken gedemotiveerd en lopen enorme studievertraging op. Als studenten dit willen veranderen lopen ze aan tegen bureaucratisch georganiseerde scholen waarin nauwelijks naar ze geluisterd wordt. Het gaat bij deze groep studenten niet meer om geen zin hebben in school. Die keuze is er niet eens. Ze moeten vechten voor hun onderwijs.
Ook politici staan aan onze kant. Ahmed Marcouch (stadsdeelvoorzitter Slotervaart) heeft gesignaleerd dat er grote misstanden zijn op ROC’s in Amsterdam. Ook Staf Depla van de PvdA en Jasper van Dijk van de SP zijn kritisch over het huidige onderwijs. Wij hopen dat meer politici inzien dat er verandering moet komen. De lijst van de onderwijsinspectie, die afgelopen maandag gepubliceerd werd, toont aan dat dit slechts het topje van de ijsberg is. Want nog niet eens alle opleidingen zijn in die lijst verwerkt.
Dus mbo-student kom in actie! Sluit je aan en durf je stem te laten horen! mail naar: mijnberoepsonderwijs@gmail.com
Verdere details van de dag komen op deze site!! http://www.job-site.nl
Mbo-studenten in actie. Bron: JOB
Verklaring CJB
De CJB Ondersteunt de actie van Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB). Onderwijs is een recht dat ieder mens heeft en het mbo heeft de afgelopen jaren teveel te lijden gehad om nog normaal door te kunnen gaan.
De CJB roept daarom op: ondersteun de acties op 10 februari, laat je stem als student horen en organiseer desnoods solidaire acties op jouw mbo-college. Immers zoals een groot denker ooit zei: Kennis maakt Macht.
In heel Nederland is afgelopen week verzet gepleegd tegen de aangekondigde bezuinigingen in het onderwijs. Onder andere in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nijmegen zijn er demonstraties en bezettingen geweest door studenten. De bereidheid om in actie te komen is aanzienlijk. De CJB verklaart zich solidair met de studenten van Nederland. De aaneenschakelingen van bezuinigingen en hervormingen binnen het onderwijs (van laag naar hoog) moeten zo spoedig mogelijk een halt worden toegeroepen.
Verklaring van de CJB
De oorzaak voor deze bezuinigingen liggen voor de hand. Het zijn maatregelen vanuit Den Haag om de klappen van de crisis op te vangen. Niet alleen het onderwijs, maar ook de zorg en de sociale rechten liggen onder vuur. Ondertussen lijkt het erop dat dezelfde overheid die zulke rigoureuze maatregelen treft machteloos lijkt te zijn om sterke maatregelen te nemen om toekomstige crisissen te voorkomen. Kortom: de veroorzakers komen weg met een tik op de vingers, de rest van Nederland mag bloeden. We willen benadrukken dat deze crisis niet uit de lucht is komen vallen, maar een terugkerend fenomeen is van het corrumperende kapitalistische systeem met structurele fouten.
De CJB sluit zich aan bij eerdere solidariteitsverklaringen van onder andere de LSVb en de FNV. We roepen op aan alle studenten om zich te verenigen en aansluiting te zoeken bij deze instanties om een sterke vuist te maken tegen de rampzalige bezuinigingen van het huidige kabinet.
Door het hele land vinden deze week acties van studenten plaats tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs. In vier steden bezetten studenten collegezalen en universiteitsgebouwen. Vanavond voeren studenten in Utrecht actie en morgen in Leiden en Rotterdam. Deze acties zijn nog maar het begin.
Bezetting in Amsterdam afgelopen maandag
In Amsterdam, Nijmegen, Utrecht en Rotterdam bezetten studenten aan het begin van de week collegezalen en universiteitsgebouwen uit protest tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs. Studenten en Delft protesteerden met spandoeken en flyers. In Wageningen luidden zij symbolisch de noodklok. De bezettingsactie in Utrecht loopt nog steeds. Uit Amsterdam zijn studenten afgereisd om te ondersteunen. Vanavond om 20.00 uur is daar bij het bestuursgebouw een manifestatie.
De Landelijke Studenten Vakbond (LSVb), de ProVU, promovendi-organisatie van de Vrije Universiteit van Amsterdam en de Abvakabo FNV staan achter de studentenacties. Ook vanuit FNV Bondgenoten kwamen solidariteitsverklaringen. Bij de bezetting in Utrecht waren sprekers van de Abvakabo.
Morgen zijn Leiden en Rotterdam aan de beurt. In Rotterdam organiseert comité SOS een demonstratie op het universiteitsterrein. In Leiden zijn verschillende studentenverenigingen aan het mobiliseren. Plasterk zou daar het Da Vinci College bezoeken, maar vandaag werd bekend dat hij aanwezig is bij de actie in Rotterdam. Comité SOS Leiden roept studenten op om naar de demonstratie te gaan. Voor degenen die niet naar Rotterdam kunnen of willen, gaat de actie in Leiden door.
Studenten zijn het meer dan zat. Het kabinet heeft de mond vol van Nederland kenniseconomie, maar wil 20% bezuinigen op het hoger onderwijs. Gevolg is dat de kwaliteit van het onderwijs verder achteruit holt, colleges massaler worden, opleidingen, vakken en dus ook docenten worden wegbezuinigd.
In vergelijking met begin jaren 1980 is het beschikbare bedrag per student met een derde verminderd. Nederland scoort hiermee onder het OESO-gemiddelde.
Veel boosheid wekken de plannen om de studiefinanciering af te schaffen. De Vereniging van Universiteiten (VSNU) kwam hier vorige week mee naar buiten. Studeren wordt dan alleen nog voor de rijken, tenzij je jezelf in diepe schulden stort.
Naast deze landelijke issues richt het studentenprotest zich ook op specifieke maatregelen per universiteit. In Utrecht bijvoorbeeld speelt het plan om de universiteitskrant af te schaffen een rol. Studenten in Nijmegen hadden tevens als actiepunt de plannen voor de invoering van het bindend studieadvies.
In november vorig jaar hielden studenten bezettingsacties, onder andere in Groningen, tegen de invoering van het bindend studieadvies. Daar behaalden zij aan het eind van de dag een overwinning. Het College van Bestuur moest inbinden.
De acties van studenten deze week zijn een aanloop naar meer acties voor goed en betaalbaar hoger onderwijs voor iedereen. Laat dit ook het begin zijn van een sterke en georganiseerde studentenbeweging!
Protest in Utrecht afgelopen maandag
Kom ook in actie!
Utrecht: vanavond om 20.00 bij het bestuursgebouw, Heidelberglaan 8, Uithof
Leiden: morgen, donderdag 4 februari, om 14.30 bij het Da Vinci College aan de Kagerstraat 7
Rotterdam: morgen, donderdag 4 februari, om 13.00 op het Tinbergen Plaza tussen het T en het L-gebouw
Haïti, het armste land op het westelijk halfrond werd op 12 januari 2010 getroffen door een aardbeving met een kracht van 7 op de schaal van Richter. De Haïtiaanse overheid schat dat de aardbeving aan 100.000 tot 200.000 mensen het leven heeft gekost en dat 1,5 miljoen mensen dakloos zijn geworden.
Martin Hardenbol
Artsen uit Cuba, Venezuela, Chili bieden de zorg die de bevolking van de eigen regering niet krijgt.
Om te kunnen begrijpen wat Haïti echt nodig heeft na de directe hulp, moet men kijken naar de economische en politieke geschiedenis van het land om te zien waar de armoede vandaan komt die ervoor verantwoordelijk is dat de aardbeving uitmondde in een sociale catastrofe.
Na de succesvolle slavenopstand bereikte Haïti in 1804 onafhankelijkheid maar werd voor de officiële erkenning van haar onafhankelijkheid door Frankrijk gedwongen om 90 miljoen francs te betalen als schadevergoeding voor het financiële verlies van de slavenhandel ( ter vergelijking; Frankrijk verkocht de staat Louisiana voor 60 miljoen francs aan de VS).
Hierdoor moest Haïti grote sommen geld lenen bij banken in Frankrijk en de VS om het bedrag en de oplopende rente af te betalen. Tot in de 20e eeuw ging Haïti gebukt onder deze opgelegde schuldenlast die uiteindelijk werd afbetaald in 1947.
Tussen 1915 en 1934 werd Haïti bezet door de Verenigde Staten ter bescherming van de Amerikaanse economische belangen in het land.
Van 1957 tot 1986 steunde de VS de dictatuur van de familie Duvalier en werd de economie opengesteld voor Amerikaans kapitaal. De Amerikaanse landbouwproducten werden massaal geïmporteerd waardoor de landbouw van de boeren werd vernietigd. Als gevolg hiervan stroomden honderden duizenden mensen naar de sloppenwijken van Port-au-Prince om voor erbarmelijk lage lonen in sweatshops te werken die gevestigd waren in de Amerikaanse export processing zones.
Het schrikbewind van de Duvaliers werd in 1986 omver geworpen en liet Haïti met honderden miljoenen schuld achter die tijdens het bewind waren ‘verdwenen’.
In 1991 waren er voor het eerst democratische verkiezingen en Jean-Bertrand Aristide, de priester uit de sloppenwijken en aanhanger van de bevrijdingstheologie, won met ruime meerderheid de verkiezingen. Na bijna acht maanden werd hij door een door de CIA gesteunde coup afgezet en werd een nieuwe regering geformeerd die grotendeels bestond uit voormalige medewerkers van ex-dictator Duvalier. Dit leidde tot een uittocht op grote schaal van zogeheten bootvluchtelingen.
Al werd de coup gesteund door de CIA, het officiële standpunt van de VS en de meeste andere landen was dat de dictatuur niet legitiem was. Onder zware internationale druk en van de VS kon in 1994 Aristide terugkeren naar Haïti om zijn ambtstermijn af te maken, maar op voorwaarde dat hij het Amerikaanse neoliberale plan uitvoerde zoals het snijden in publieke voorzieningen, Haïti openen voor de ‘vrije markt’, het halveren van import tarieven voor o.a. rijst en maïs. Het was een waardeloze deal maar Aristide had weinig keus: “I was out of my country, and my country was the poorest in the Western hemisphere, so what kind of power did I have?”
Maar er was één eis van Washington die Aristide niet kon accepteren: de onmiddellijke uitverkoop van de staatsbedrijven, inclusief telefonie en elektriciteit. Om tot een compromis te komen werd uiteindelijk afgesproken dat hij de staatsbedrijven zou ‘democratiseren’.
Maar Washington werd al gauw ongeduldig toen duidelijk werd dat Aristide een andere definitie van ‘democratiseren’ had en aankondigde dat de staatsbedrijven niet mochten worden geprivatiseerd voordat het parlement de nieuwe wetten had goedgekeurd. Zij beschuldigde Haïti ervan dat zij zich niet aan de afspraken hield.
Via organisaties zoals de National Endowment for Democracy, U.S. Agency for International Development en de International Republican Institute financierde de VS de oppositie (Haïti’s heersende elite) met tientallen miljoenen door onder andere doodseskaders te vormen voor de omverwerping van de regering. Wetende dat ze Aristide en zijn partij Fanmi Lavalas niet konden verslaan in een vrije en eerlijke verkiezing, protesteerde ze tegen de uitkomst van de verkiezingen van 2000 waarin Aristide overtuigend herkozen werd als president, en weigerde ze om een compromis te sluiten en mee te werken aan nieuwe verkiezingen. Daarentegen trachtte ze de regering te verlammen en eiste het aftreden van Aristide.
Hierop volgend kwamen ook de VS met beschuldigingen dat er fraude was gepleegd bij de verkiezingen en werden alle beloofde leningen en hulp met een waarde van 500 miljoen US dollar stopgezet.
Ondanks het economische embargo was Haïti toch in staat om te investeren in onder andere onderwijs. In 1990 waren er maar 34 scholen voor het voortgezet onderwijs; in 2001 waren dat er al 138. Tevens werd er een medische universiteit gebouwd in Tabarre. Ondanks dat ze de eindjes aan elkaar moesten knopen, werkte het alfabetiseringsprogramma, dat gelanceerd werd in 2001 goed. Cubaanse experts die Haïti hierbij hielpen waren er van overtuigd dat in december 2004 de alfabetiseringsgraad gedaald zou zijn tot 15 %, een klein gedeelte van wat het een decennium eerder was. Vorige regeringen hebben nooit serieus in het onderwijs geïnvesteerd en het was duidelijk dat het alfabetiseringsprogramma een bedreiging was voor de status quo. De elite wil, om overduidelijke redenen, niks te maken hebben met onderwijs…denkend aan de woorden van Fidel Castro: “Zonder onderwijs geen vrijheid”.
Toen Aristide in 2003 van Frankrijk 21 miljard dollar aan herstelbetalingen eiste voor de gedwongen rekening die Haïti had moeten betalen voor hun onafhankelijkheid en ervoor zorgde dat het algemene minimumloon in Haïti werd verdubbeld, verloren de imperialistische machten (VS, Frankrijk en Canada) hun geduld met Aristide. Hij werd in februari 2004 door een door de VS gesteunde militaire coup voor de tweede keer afgezet, ontvoerd en gedeporteerd. Hij leeft nu in ballingschap in Zuid-Afrika.
VS-mariniers bedreigen demonstranten uit de armste wijken (2004)
Het hele scenario is opvallend vergelijkbaar met de aaneenschakeling van gebeurtenissen wat leidde tot de coup tegen de Venezolaanse President Hugo Chavez in April 2002. Dezelfde organisaties uit de VS waren hierbij betrokken, en de oppositie, zoals in Venezuela, controleerde en gebruikte de media als een instrument voor destabilisatie. In beide gevallen verkondigden de leiders van de coup en Washington dat de gekozen president vrijwillig was afgetreden – wat later bleek een valse bewering te zijn.
De Verenigde Naties stuurde troepen om het land te bezetten. Een marionetten-regering werd geïnstalleerd zodat de neoliberale plannen van Washington door konden gaan. Het regime ontmantelde de milde hervormingen die Aristide had weten door te voeren, waardoor het patroon van verarming en aantasting van de infrastructuur van het land en de massale ontbossing versnelde.
De VN-vredesmissie trad in werking na de – door de Amerikanen georkestreerde – staatsgreep tegen president Aristide, eind februari 2004. Het belangrijkste objectief van de VN-missie is om de populaire oppositie, van voornamelijk Aristide-aanhangers, de kop in te drukken. Ook maakt de VN bewust vele burgerslachtoffers onder Aristide-aanhangers en is de vredesmacht slechts een drogreden voor de onderdrukking van de Haïtiaanse bevolking. Daarbij heeft de aanwezigheid van de VN tot op vandaag nog niet bijgedragen tot meer ontwikkeling in Haïti.
Tegenwoordig leeft 80% van de bevolking in extreme armoede en bezit 1% meer dan de helft van de rijkdom van het land. Wat Haïti op dit moment echt nodig heeft is dat de Verenigde Staten stopt met het opleggen van haar neoliberale plannen en stopt met de decennia lange plundering van de Haïtiaanse samenleving. Verder moet het embargo tegen de terugkeer van de populaire Arisitide naar Haïti en het politiek verbod op zijn partij Fanmi Lavalas opgeheven worden zodat er eerlijke en vrije verkiezingen gehouden kunnen worden, waardoor de Haïtianen eindelijk kunnen beginnen met het vormgeven van hun eigen politieke en economische toekomst.