De verscherpende tegenstellingen in de maatschappij hebben niet alleen effect op de economie en de politiek. Ook kunstenaars en muzikanten proberen de wereld op hun eigen wijze te duiden. Neem bijvoorbeeld het experimentele hiphopproject IJsland, bestaande uit rapper Sef en Hang Youth-frontman Abel. Het duo bracht recent hun tweede album uit. Genoeg aanleiding voor Monte de Snoo om een recensie te schrijven over het album.
Monte de Snoo
Om meerdere redenen weet IJsland 2 de huidige tijdsgeest op confronterende wijze te vangen. De beats zijn zo complex, gelaagd en rauw als de hedendaagse werkelijkheid en wisselen elkaar met grote snelheid af als de reels op alle zwarte spiegels om ons heen. Het is onlosmakelijk verbonden met een chaotische tijd waarin dijken en de ongelijkheid op knappen lijken te staan en de hopeloosheid soms de overhand neemt. Of het nou gaat over nieuws, terrorisme, het grootkapitaal, zionisten, de consumptiemaatschappij, bots (51 procent van het internetverkeer!) of ongemakkelijke gepolariseerde kringverjaardagen; het zit er allemaal in. Echter, al uitpuilend van zware en treurige thema’s ademt deze sequel hoop, liefde en solidariteit zoals we dat maar zelden zien.
Waar vaak het tweede album in authenticiteit en rauwheid onder doet aan de primeur, maken Abel en Sef al in de opener Hete take duidelijk dat ze er niet op uit zijn om het businessmodel van IJsland uit te wringen. Na een korte verwijzing naar ‘mensen (zoals wij)’ uit het debuutalbum fungeert de rest van het nummer als een impliciete en expliciete introductie van IJsland 2, en is het na krap een minuut al duidelijk dat dit album volledig op z’n eigen benen kan staan. Onder een big-beat die opbouwt tot een synth-bombardement dat doet denken aan The Chemical Brothers roepen de boys nogmaals op tot kritisch denken en het afbreken van het systeem.
In Tijdsgeest, zonder meer de meest dansbare van het album, wordt een dame beschreven die de tijdsgeest belichaamt en wiens complexe en op het oog tegenstrijdige persoonlijkheid zowel de uitdagingen als de kracht van de moderne mens beschrijven. Deze moderne mens, onderworpen aan inherent gekleurd, onvolledig en perspectivisch nieuws, heeft zich een weg te banen in een doolhof van levensechte samenzweringen en conspiracy theories, zoals beschreven in Don’t believe de krant. De messcherpe observatie “Veel is aan de hand” van Sef gaat op voor zowel de context van het nummer als de productie van Faisal, die zich met deze en vele anderen bewijst als een integraal en onmisbaar onderdeel van IJsland.
Osama bin laden is een van de absolute hoogtepunten van het album. Waar de grens van hoe hard je tegen het systeem kan schoppen wordt opgezocht en opgerekt, worden de hersenspieren ook nog eens flink gestretcht in een ongevraagde maar broodnodige sessie van mentale gymnastiek. De cognitieve dissonantie, die kan resulteren in het opdelen van alles in ‘goed’ en ‘slecht’ om tegenstrijdigheden te voorkomen, wordt aan de tand gevoeld met de vraag “maakt een tulband je meer terrorist dan een stropdas?” Iedereen, in meer of mindere maten versmolten met een wereldbeeld, verdient deze corrigerende tik. Het nummer schreeuwt punk en intellect van een hoog niveau, om over de vunzige jungle beats nog maar te zwijgen. Dit intellect wordt verder uit- en opgedragen in Boeke, waarin (en niet voor het eerst) de vervlechting van de straat en de intellectuele ontwikkeling wordt vertolkt onder een gruwelijke beat die stilzitten een uitdaging maakt. Met quotes van Che Guevara en een shoutout naar leftlaser wordt aan de revolutionaire verplichtingen voldaan en wordt de IJsland universe verder uitgetekend.
In Uitverkoop wordt met atomaire precisie de consumptiemaatschappij beschreven, met al haar implicaties onder de huidige ontwikkelingen. Sef vraagt zich af of we, als de oorlog zo begint, nog wel spulletjes kunnen kopen en ons geld kunnen uitgeven. Tegen beter willen en weten in lijken we steeds meer consumptieslaven te worden, en naast spullen lijkt ook de ziel van de mensheid met vlagen in de uitverkoop te staan. In de context van de zware lading die het album dekt zullen de boys zich gerealiseerd hebben dat een emotionele ballad weer niet kon ontbreken. Toch is Het ergste moet nog komen een bakermat van hoop, die doet realiseren dat de menselijke soap volledig in het niet valt bij de kosmische apocalyps, als de zon de aarde opslokt over ongeveer een miljard jaar.
Hoewel deze opsomming ontbreekt, verdient elk nummer van het album zijn eigen hoofdstuk. Echter, een uitlichting van Geen gezicht is onmisbaar door de artistieke beschrijving van de opkomende technocratische controlemaatschappij, en uiteraard haar onvermijdelijke oproep tot protest en geweld tegen de onderdrukkers. In de lelijke staat van de wereldwijde ontwikkelingen is het muzikale avontuur door dit album van begin tot eind een baken van hoop, maar bovenal van vrijheid. En dan geen ‘vrijheid’ zoals die door fascisten is gekaapt, maar de boodschap dat niemand vrij is tot dat we dat allemaal zijn.
Muzikaal is het album zeker niet voor iedereen weggelegd, en het is al helemaal niet makkelijk te beluisteren. Maar, uit alle facetten van de muziek blijkt dat dit ook nooit de insteek is geweest; integendeel. Zo zwaar en complex als de compositie zijn ook de bars van Abel en Sef, en deze zijn van onschatbare waarde in een tijd die zich kenmerkt door oogkleppen en apathie. Wederom slagen de mannen erin om misstanden en dystopische onderstromen van de moderne samenleving – die soms hopeloos verloren lijkt – te verpakken in een explosie van hoop en menselijkheid waar je van begin tot eind met een glimlach naar luistert.
Zelf een column insturen? Stuur dan een mail naar redactie@voorwaarts.net