Op een zonnige namiddag, 14 april, kwam een groep van ongeveer 100 junior docenten, studenten en anderen samen op het Roeterseilandcampus om een petitie te overhandigen aan het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Deze petitie, die meer dan 2000 keer was ondertekend binnen een paar weken, eist de onmiddellijke overgang van tijdelijke naar vaste contracten voor junior docenten, een eis die al jarenlang gesteld wordt door Casual UvA.

Redactie

Casual UvA, een collectief van medewerkers aan de UvA, strijdt al jaren voor hun arbeidsrechten. Het collectief bestaat voornamelijk uit junior docenten (D4’s), die ondanks de structurele aard van hun werk slechts tijdelijke contracten aangeboden krijgen. Zonder uitzicht op vaste contracten. Deze strijd is niet zonder overwinningen gegaan; een aantal jaar geleden is het hen bijvoorbeeld gelukt om via een reeks stakingen hun tijdelijke contracten van één naar vier jaar te verlengen.

De junior docenten hebben echter nog steeds niet de vaste contracten waar ze voor hebben gepleit en ze staan dan ook nog strijdbaar in de race. Nadat ze in het begin van dit jaar een petitie met hun eisen hadden opgesteld en zowel studenten als docenten grootschalig hadden gemobiliseerd om deze te ondertekenen, was het op 14 april tijd om deze te overhandigen aan het College van Bestuur. Omstreeks 16:00 begon de manifestatie op het grasveld naast gebouw L van het Roeterseilandcampus, en vormde de speech van Sam Hamer het startschot.

Sam benadrukte in zijn speech zijn persoonlijke ervaringen van de onzekerheden die komen kijken bij het moeten werken onder een tijdelijk contract. Als junior docent in de afdeling sociologie en organizer bij Casual UvA kon hij spreken over zowel de negatieve effecten van tijdelijke contracten op zijn eigen gezondheid en docentschap, als ook de kracht en noodzaak van organiseren op de werkvloer. Zijn speech was dus niet een klaagzang over de onzekere omstandigheden, maar liet juist de passie, strijdbaarheid en woede zien van de groep docenten waar hij namens sprak. Hij richtte de pijlen op de hypocrisie van de UvA, die precies deze passie en liefde voor de universiteit misbruiken om de docenten aan een onzeker lijntje te houden. De UvA kan simpelweg niet zonder het structurele werk van de junior docenten en het is dan ook hoog tijd dat zij het minimum krijgen van waar ze recht op hebben: een vast contract.

Na Sam nam Sahand Mozdbar, voorzitter van de ASVA Studentenvakbond, het woord. In zijn toespraak legde hij de nadruk op de solidariteit en gedeelde belangen tussen studenten en docenten, maar ook op de negatieve effecten die tijdelijke contracten hebben op studenten. Zo onderstreepte hij dat tijdelijke contracten ervoor zorgen dat studenten geen duurzame band met hun docenten kunnen opbouwen, dat nakijken langer duurt en dat de kwaliteit van het docentschap benadeeld wordt. Hij sloot vervolgens zijn toespraak af door studenten op te roepen zich te organiseren in de vakbond en door het belang van organisatie te benadrukken. Dat is de enige manier voor studenten om, in tijden van grootschalige sociale afbraak, op te komen voor hun rechten!

De laatste spreker, Nik Goedemans, betoogde vooral de solidariteit tussen docenten met een vast en die met een tijdelijk contract. In zijn toespraak werkte hij helder uit wat de effecten van tijdelijke contracten zijn voor het functioneren van zijn afdeling en wat de positieve effecten waren van het verlengen van de contracten van één naar vier jaar. Volgens Nik ging er keer op keer enorm veel ervaring en expertise verloren als contracten niet verlengd werden. De kwaliteit van het onderwijs ging dan ook aanzienlijk omhoog toen junior docenten langer konden blijven na de overwinning van het docentenbeleid. Toch benadrukte hij dat er nu nog ongelofelijk veel kennis verloren gaat elke keer als junior docenten ontslag moeten nemen, en uitte hij zijn solidariteit met de rechtvaardige strijd van de junior docenten om vaste contracten af te dwingen. Tenslotte nam hij de tijd om korte metten te maken met het primaire argument vanuit de bestuurlijke lagen van de UvA om geen vaste contracten aan te bieden aan junior docenten: de zorg dat zij ‘voor altijd’ zouden blijven werken als junior docent! Hij liet duidelijk zien hoe onzinnig dit argument is: het salaris voor junior docenten is laag, de arbeidsvoorwaarden zijn niet geweldig, en zelfs als iemand het lesgeven zo leuk vind om 40 jaar lang hun expertise te verlenen aan de UvA, dan zouden ze een gat in de lucht moeten springen. Het lijkt vanzelfsprekend, maar is blijkbaar heel lastig te begrijpen voor het UvA-bestuur.

Na drie strijdbare toespraken, was dan eindelijk het moment aangebroken om de petitie te overhandigen aan Rector Magnificus Peter Paul Verbeek. Antoine Germain, organizer bij Casual UvA, las eerst de eisen van de petitie voor en gaf vervolgens de petitie aan Peter Paul. Hij accepteerde deze en beloofde het ‘serieus’ te nemen, maar stelde de eis om binnen drie weken reactie te leveren niet erg op prijs. In hoeverre hij en de rest van het College de eisen van de junior docenten in acht zullen nemen moeten we nog zien. Wat de druk echter verder zal opvoeren is dat de FNV, tijdens de nieuwe cao-onderhandelingen die nu lopen, ook de eis voor vaste contracten zal stellen, iets dat de FNV deels doet omdat de junior docenten hier al zo lang voor pleiten.

Zo zal de strijd van Casual UvA waarschijnlijk nog meer vruchten afwerpen in de nabije toekomst. En dat is nodig ook: docenten kampen nog altijd met een bizar hoge werkdruk, relatief laag loon en een uiterst competitieve arbeidsmarkt. Met de opvoering van het afbraakbeleid van kabinet Jetten zal de noodzaak tot organisatie enkel dringender worden en alleen door ons te organiseren waar we werken, met een klassengerichte en onafhankelijke lijn, zullen de werkers in staat zijn om verbeteringen in hun levensomstandigheden af te dwingen.