Tom

Het is wellicht het meest beruchte verdrag van de twintigste eeuw, het niet-aanvalsverdrag afgesloten tussen de Sovjet-Unie en Nazi-Duitsland. Tijdens en na de Koude Oorlog werd dit verdrag hier in het Westen graag aangedragen als ‘bewijs’ dat de Sovjet-Unie net zo’n gevaar voor de ‘vrijheid en democratie’ in Europa zou zijn als dat de fascisten waren. In sommige werken gaat men zelfs zo ver om dit verdrag een bondgenootschap te noemen! Tijdens deze ideologische oorlog, die net zo fel in de academische geschiedschrijving gevoerd werd als op de slagvelden van Korea en Vietnam, werd gedegen onderzoek doen naar de inhoud en gevolgen van dit verdrag nagenoeg onmogelijk gemaakt, met als resultaat dat de meeste informatie die vandaag de dag beschikbaar is over dit verdrag nog steeds doorspekt is met anticommunistische motieven. Dit verdrag zou de directe aanleiding geweest zijn voor de Tweede Wereldoorlog! Met dit verdrag zou Hitler in staat geweest zijn om West-Europa ongestraft te onderwerpen! Deze en andere verwijten worden maar wat graag aan de voeten van de toenmalige Sovjet-bewindslieden gelegd, maar laten we nu eens goed naar de feiten kijken. Waarom besloot de Sovjet-Unie tot het sluiten van dit verdrag met, wat met recht hun grootste vijand genoemd mag worden?

Dat Nazi-Duitsland van plan was om de Sovjet-Unie op enig moment aan te gaan vallen staat als een paal boven water. In de jaren ’30 werd hier door geen van de kapitalistische staten noch door de Sovjet-Unie aan getwijfeld. De nazi’s waren glashelder in hun doelstellingen om het internationaal communisme uit te roeien op de meest beestachtige manier mogelijk. Het afsluiten van een niet-aanvalsverdrag tussen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie in 1939 lijkt daarom op het eerste gezicht een vreemde ontwikkeling. Daarom is het goed om even kort de politieke situatie in Europa in de jaren ’38-’39 te schetsen. Nazi-Duitsland was bezig met het uitvoeren van haar raciale en territoriale politiek. In overtreding van het verdrag van Versailles werd in 1934 het Rijnland wederom gemilitariseerd en in 1938 breidde het zogenaamde ‘Derde Rijk’ zich nog verder uit met de annexaties van Oostenrijk, Tsjechoslowakije, en Memelland respectievelijk. Oostenrijk ‘verkoos’ tot aansluiting met Duitsland na een zeer twijfelachtige volksraadpleging, maar de Duitse annexatie van eerst Sudetenland en later heel Tsjechoslowakije liet de wereld duidelijk zien met wat voor regime men te maken had in Duitsland. De Duitse annexatie van Tsjechoslowakije werd bekrachtigd in het verdrag van München, afgesloten tussen Frankrijk en Groot-Brittannië enerzijds, en Nazi-Duitsland en Italië anderzijds. Tijdens deze besprekingen onderhandelden de Britse premier Chamberlain en de Franse premier Daladier rechtstreeks met Hitler. De uitkomst van deze onderhandelingen was dat het zelfbeschikkingsrecht van het Tsjechoslowaakse volk zonder hen te raadplegen verkwanseld in ruil voor waardeloze beloftes van Nazi-Duitsland dat zij zich nu echt zouden gaan gedragen. Hitler maakte immers nog steeds aanspraak op de oude imperialistische koloniën van Duitsland in Afrika en Azië, maar deze waren sinds 1918 stevig in handen van Frankrijk en Groot-Brittannië die geenszins van plan waren om dit bezit op te geven.

Nu wilden deze twee imperialistische grootmachten in Europa niet alleen Nazi-Duitsland neutraliseren. Ook het socialistische bewind in de Sovjet-Unie was hen een doorn in het oog. Het bestaan van de Sovjet-Unie zorgde immers alleen maar voor onrust onder hun arbeiders die rare ideeën kregen over volksmacht en maatschappelijk bezit van de productiemiddelen. In 1936 hadden de Sovjet-Unie en Frankrijk gezamenlijk de onafhankelijkheid van Tsjechoslowakije gegarandeerd in een verdrag waarin stond opgenomen dat de Sovjets militair zouden ingrijpen om Tsjechoslowakije onafhankelijk te houden voorbehouden dat Tsjechoslowakije zich zou verdedigen tegen annexatie. Dit verdrag was toentertijd duidelijk gericht om Duitse uitbreiding te beteugelen. Met de ontwikkelingen van 1938 werd duidelijk dat Frankrijk niet langer van plan was zich aan dit verdrag te houden en de Sovjet-Unie stond alleen in haar aansporing om de fascistische opmars van Duitsland te beteugelen. Frankrijk hoopte hiermee de pijlen van Nazi-Duitsland te richten op de Sovjet-Unie in de hoop dat beide regimes elkaar zouden opvreten waarna de imperialistische staten hun status-quo versterkt zouden zien. Verdere pogingen van Sovjet diplomaten om een gezamenlijk verdrag tussen de Sovjet-Unie en Frankrijk en Groot-Brittannië te sluiten, gericht op het beteugelen van de Nazi-expansie, werden door de Fransen en Britten getraineerd. Daarom besloten de Sovjets in 1939, teneinde de onvermijdelijke oorlog met de Duitse fascisten zo lang mogelijk uit te kunnen stellen om de Unie zodoende zo goed mogelijk voor te kunnen bereiden, onderhandelingen te openen met Nazi-Duitsland om tot een niet-aanvalsverdrag te komen.

Dat hiermee Hitler vrij spel gegeven werd om West-Europa aan te vallen, iets dat dikwijls door burgerlijke historici beweerd wordt, is bijna lachwekkend natuurlijk. De Sovjets hebben meerdere pogingen ondernomen om een blok te vormen tegen de fascistische expansiedrift maar kregen keer op keer nul op het rekest van de Britten en Fransen. Het verdrag van München en de appeasementpolitiek van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk heeft Hitler in feite vrij spel gegeven. De Nazi’s kregen immers keer op keer wat zij wilden.

Dit verdrag was cruciaal om de Sovjet-Unie de nodige tijd te geven. Dit zou de Sovjets enkele jaren geven om de verdediging van het land voor te bereiden, de oorlogsindustrie op te bouwen en om de lopende conflicten in de grensgebieden van de Unie te kunnen afronden. De Sovjets waren in het oosten immers in een gewapend conflict verwikkeld met de Japanners, een bondgenoot van Nazi-Duitsland. Een tweefrontenoorlog was daarom voor de Sovjets eveneens een reële dreiging.

Toen de Nazi’s op 1 september 1939 Polen gewapend binnenvielen namen Sovjet diplomaten contact op met de Poolse regering. Hun aanbod voor militaire steun werd echter afgewezen door de Polen. Het was duidelijk dat de Poolse regering bezetting van het hele land door Duitsland verkoos boven het toelaten van het Rode Leger, met het risico dat de Poolse arbeidersklasse zich gesterkt zou voelen of dat de Belarussische en Oekraïense minderheden in Polen zouden worden bevrijd. Toen op 15 september 1939 duidelijk werd dat Polen de strijd had opgegeven, de regering was immers al gevlucht naar Roemenië en later Parijs, de Nazi’s door wilden stoten tot aan de Sovjet-Poolse grens besloot de Sovjet-Unie in te grijpen. In een van de provisies van het Molotov-Ribbentrop verdrag was immers opgenomen dat “in het geval zich een [territoriale of politieke] wijziging zou voordoen in de gebieden die behoren aan de Poolse staat, zullen de Duitse en Sovjet-invloedszones ongeveer begrensd zijn door een lijn gevormd door de Narew, de Wisła en de San.” De interventie van het Rode Leger maakte contact met de Nazi stoottroepen op 18 september en zij blokkeerde hiermee de verdere opmars van Nazi-Duitsland die van haar kant nog niet bereid was om het niet-aanvalsverdrag te schenden. Op 22 september werd er een demarcatielijn afgesproken die ongeveer overeenkomt met de ‘Curzon-lijn’. Dit was de voormalige Sovjet-Poolse grens van 1918 tot aan 1920, toen Polen gebruik maakte van de chaos van de Russische burgeroorlog en grote delen van Belarus en Oekraïne annexeerde. Ondanks pogingen door de Poolse overheid om dit gebied te ‘Poloniseren’ was in 1939 slechts 10% van de bevolking van Poolse komaf. De rest van de bevolking was Litouws, Belarussisch, Joods, of Oekraïens. Met deze interventie werden dus de oude grenzen van 1920 grotendeels hersteld en werden de Belarussische en Oekraïense volken herenigd in hun respectievelijke Sovjetrepublieken. Deze nieuwe grenzen boden de Sovjet-Unie nieuwe bescherming tegen de dreiging van de Duitse fascisten, ook al deelden beide ideologische tegenstanders nu opeens een grens. Door het herstellen van de oude grenzen werd de afstand die de Nazi’s in 1941 af zouden moeten leggen in hun vernietigende opmars richting Leningrad en Moskou veel langer en de toename in grondstoffen en mankracht zou de Sovjet-Unie beter in staat stellen om zich voor te bereiden op die invasie. De annexatie van het voormalige Poolse grondgebied ging niet bepaald zachtzinnig. Dit had voornamelijk te maken met het veiligstellen van de nieuwe grenzen in het kader van de oorlogsdreiging.

Het Molotov-Ribbentrop verdrag was een noodzakelijk kwaad dat er voor moest zorgen dat het communistische experiment in de Sovjet-Unie niet in de kiem gesmoord zou worden door de imperialistische machten. Het stelde de Sovjets in staat om de westelijke grensgebieden voor te bereiden op de onvermijdelijke fascistische invasie. Hedendaagse verwijten dat dit verdrag de directe aanleiding zou zijn geweest voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog dienen wij telkens weer als anticommunistische propaganda te ontmaskeren. Deze bewering houdt onder de miniemste ondervraging al geen stand. Dat deze geschiedenis ingezet wordt om de successen van het communisme te besmeuren is zeker geen samenzweringstheorie. Wanneer men op internet zoekt naar ‘Franco-Duits niet-aanvalsverdrag’ krijgt men alsnog het Molotov-Ribbentrop verdrag als een van de eerste zoekresultaten te zien. Als communisten moeten wij onze eigen geschiedenis bewaken door er enerzijds open en kritisch naar te durven kijken, en anderzijds dit soort grove pogingen tot geschiedvervalsing te benoemen én te bestrijden.