Auteur: Házy Zsolt Bron: Fortepan

 

Redactie

Op 23 oktober 1956 begon de zogenaamde “Hongaarse Opstand”. In de burgerlijke media wordt deze contrarevolutie getypeerd als een opstand tegen het socialisme door een onderdrukte bevolking. Hoe zit dit nou precies? We gaan onderzoeken wat er precies tijdens deze late dagen in 1956 gebeurd is. Wat waren de klassenbelangen om het socialisme in Hongarije omver te werpen? Wat was de rol van de imperialistische machten tijdens deze gebeurtenis, en waarom greep het Rode Leger in om de arbeidersmacht te verdedigen? Deze vragen zullen we beantwoorden in het volgende stuk.

 

De Hongaarse Radenrepubliek (1919)

Tekening van de Hongaarse Radenrepubliek

We gaan terug de tijd in. Voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte Hongarije deel uit van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Dit rijk was een dubbelmonarchie wat naast Oostenrijk en Hongarije ook gebied bezat in onder andere het huidige Roemenië, Kroatië, Tsjechië, Slowakije en Oekraïne. Oostenrijkse en Hongaarse aristocraten bezaten veel privileges. Na de Eerste Wereldoorlog braken er opstanden uit in de hoofdstad Boedapest waardoor Hongarije een onafhankelijke republiek werd.

Het was in tijde van deze republiek, en in de nasleep van de socialistische Oktoberrevolutie in Rusland, dat de arbeidersklasse onder leiding van communisten de macht grepen en in 1919 de Hongaarse Radenrepubliek uitriepen.[1] Onder deze Radenrepubliek begon de socialisatie van de Hongaarse economie, werden aristocratische privileges afgeschaft en werden kerk en staat gescheiden. De Radenrepubliek was een doorn in het oog voor de reactionaire machten in Hongarije en ook voor de omliggende monarchieën zoals Roemenië. Het Roemeense leger viel Hongarije halverwege 1919 binnen en kreeg bijval van de Hongaarse burgerij onder leiding van Miklós Horthy. Na een dappere strijd van de Hongaarse arbeidersklasse werden zij verslagen en werd de Radenrepubliek na haar 133 daagse bestaan omvergeworpen.

 

Koninkrijk Hongarije (1920-1946)

Na de omverwerping van de Hongaarse Radenrepubliek riep Miklós Horthy zichzelf uit tot regent van het nieuw gevormde Koninkrijk Hongarije. In 1920 werd het Verdrag van Trianon getekend waardoor Hongarije grote delen van haar grondgebied waar Hongaren een minderheid waren moest afstaan aan Roemenië, Tsjecho-Slowakije, het Koninkrijk Joegoslavië en Oostenrijk. Horthy begon een wrede onderdrukking van joden, etnische minderheden en communisten.[2] Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot Hongarije zich aan bij Nazi-Duitsland en intensifieerde zij hun rassenpolitiek. Joden en andere minderheden werden gedeporteerd en vermoord. Ook steunde Hongarije de Duitse oorlogsmachine. Hongaarse troepen marcheerden onder leiding van de nazi’s samen met Roemeense, Italiaanse en andere fascistische bondgenoten zover als Stalingrad. Hier vonden zij hun nederlaag. Toen in 1944 Horthy doorhad dat de oorlog een verloren zaak was, probeerde hij zichzelf, de Hongaarse aristocratie en burgerij te beschermen door zich aan te sluiten bij de westerse geallieerden. Als antwoord hierop installeerde Hitler een marionettenregering in Hongarije die tot de bevrijding door het Rode Leger aan de macht bleef.[3]

 

Ontstaan Volksrepubliek Hongarije (1949)

Een aantal jaren na de bevrijding door het Rode Leger in 1949 werd de Volksrepubliek Hongarije gesticht. Onder leiding van de Hongaarse Arbeiderspartij begon de transitie van kapitalisme naar socialisme. De productiemiddelen werden maatschappelijk bezit, de kerk verloor weer haar politieke macht en er werd een begin gemaakt aan de uitbanning van burgerlijke, fascistische en aristocratische elementen. Het onderwijssysteem werd op zo’n manier hervormd dat de arbeidersklasse toegang kreeg tot universitaire opleidingen en landarbeiders werden heer en meester van hun land door stappen richting de collectivisatie van de landbouw.

Dit alles gebeurde echter onder zeer moeilijke omstandigheden, waarbij ook een vaak harde strijd plaatsvond tussen het oude en het nieuwe, tussen degenen die belang hadden bij de voortzetting van de kapitalistische uitbuiting en de werkers die streden voor een betere toekomst. Ongetwijfeld zijn ook fouten gemaakt tijdens de opbouw van het socialisme in Hongarije. De NCPN en CJB zien het als een belangrijke taak om die ook te bestuderen en daar leringen uit te trekken, zonder zaken te idealiseren of te demoniseren. Reactionaire krachten, zoals de kapitalisten die hun fabrieken, land en macht waren kwijtgeraakt, maakten gretig gebruik van de naoorlogse economische moeilijkheden, wakkerden sociale onvrede en tegenstellingen aan. De klassenstrijd intensifieerde en kwam tot uitbarsting in 1956.

 

Imre Nagy en de strijd binnen de Hongaarse Arbeiderspartij

In dat kader nam ook de strijd binnen de Hongaarse Arbeiderspartij toe. Van 13 tot 16 juni 1953 werd de Hongaarse Arbeiderspartij uitgenodigd voor een bezoek in de Sovjet-Unie. Na dit bezoek besloot het Politiek Bureau van de Arbeiderspartij nieuw kader toe te voegen, waaronder Imre Nagy, die reformistische standpunten had (zo was hij voorstander van het herintroduceren van bepaalde burgerlijke politieke instituties). Op 2 juli werd hij benoemd tot premier. Deze ontwikkelingen verscherpten de interne partijstrijd. In 1955 werd Nagy afgezet en later ook uit de partij gezet. Mátyás Rákosi, de algemeen secretaris (ook wel Secretaris-Generaal) van de Hongaarse Arbeiderspartij, volgde de koers van zijn ambtgenoot Nikita Chroesjtsjov uit de Sovjet-Unie. Dit zette de spanningen binnen de partij verder op scherp. Rákosi werd twee maanden later afgezet. Op 13 oktober 1956 werd Nagy echter wederom toegelaten binnen de partij.

Terugkijkend is het duidelijk dat er een intense strijd gaande was binnen de Arbeiderspartij. Er werd verschillend gedacht over de manier waarop de problemen die zich voordeden bij de opbouw van het socialisme moesten worden aangepakt. De algemene tendens was dat de revolutionaire lijn verzacht werd en dat het opportunisme de overhand kreeg. Het opportunisme drukte zich in die omstandigheden uit in voorstellen waarmee kapitalistische elementen op grote schaal herintroduceert zouden worden in de economie en bovenbouw, en drukte de belangen uit van de overblijfselen van de burgerij.

 

De aanvallen op de arbeidersmacht bereikt haar hoogtepunt

De contrarevolutionaire activiteiten begonnen op 23 oktober 1956. Mensen werden opgehitst met misleidende slogans zoals “socialisme met Hongaarse kleuren”, en het naar voren schuiven van Nagy voor het leiderschap van de regering. Tegelijkertijd begon er in de hoofdstad Boedapest een anticommunistische terreur, waarbij moorden werden gepleegd op partijleden. De leiding van de Partij riep de noodtoestand uit en vroeg het Rode Leger om hulp. Tegelijkertijd werd Nagy echter wel opnieuw als hoofd van de regering aangesteld. Nagy opende de grens met Oostenrijk en er zwermden duizenden gevluchte contrarevolutionairen, fascisten en ook buitenlandse geheime agenten het land binnen (die stonden al klaar; straks zullen we iets meer ingaan op de rol van de imperialistische machten in de gepoogde contrarevolutie). De bevoorrading van de contrarevolutionairen werd gedaan per luchtbrug, voornamelijk door Amerikaanse vliegtuigen.

In de ochtend van 25 oktober 1956 werd door militairen die loyaal waren aan de Volksrepubliek een avondklok ingevoerd om de contrarevolutionairen onder controle te krijgen. Deze maatregel werd meteen opgeheven door Nagy, die doorging met het ‘onderhandelen’ met de contrarevolutionairen, waarvan het steeds meer duidelijk is dat hij ze in wezen steunde. Op werkplekken en rond partijkantoren begonnen werkers zich te organiseren om de arbeidersmacht te verdedigen. Nagy beloofde wapens te leveren aan de arbeidersgardisten, maar in plaats daarvan leverde hij de wapens aan de contrarevolutionairen.

Nagy kon echter niet openlijk uitkomen als vijand van het socialisme. De reden wordt beschreven in een publicatie van de Hongaarse binnenlandse veiligheidsdienst: “…Imre Nagy gaf tijdens zijn aankondiging op de radio op 25 oktober aan dat de “interventie” van Sovjettroepen in de gevechten noodzakelijk was in vitaal belang van ons socialistische regime. (…) Zelfs Imre Nagy kon niet openlijk verschijnen als iets anders dan een standvastige volgeling van de socialistische volksmacht, als een vriend van de Sovjet-Unie, als een onverzoenbare vijand van de contrarevolutionaire belagers. (…) Als Imre Nagy zich op 23 oktober al had gepositioneerd tegen het Warschau Pact in ten gunste van een “neutraliteit volgens Oostenrijks model”, was zijn benoeming als kabinetspresident niet eens bespreekbaar geweest.”[4]

Op 30 oktober vertrokken gestationeerde Sovjettroepen uit Hongarije op verzoek van Nagy. De contrarevolutionaire krachten gingen door met nog wildere aanvallen. “De contrarevolutionaire terreur hield de straten van Boedapest in haar greep, communisten en progressieve mensen werden vermoord in groepen. Duizenden partijmilitanten, voorzitters van agrarische verenigingen, radenvoorzitters, voorstanders van het socialisme werden door het hele land gevangen genomen en hun slachting werd voorbereid. In de politieke arena verschenen er weer kapitalisten, landheren, bankiers, prinsen en graven, geleid door Mindzenty. Ze verschenen weer in het parlement. In twee dagen richtten zij 28 contrarevolutionaire partijen op.”[5] Fascisten en aanhangers van de nazi’s waren openlijk betrokken bij de contrarevolutionaire gebeurtenissen. Door Duitse media werd opgemerkt dat ijzeren kruizen gedragen werden en dat “de meest reactionaire en fascistische elementen” leidinggevende rollen hadden tijdens de gebeurtenissen.[6]

Nagy’s regering kondigde op 1 november de terugtrekking uit het Warschaupact en de “neutraliteit” van het land aan. Dit was koren op de molen van de contrarevolutionairen. De klopjacht op communisten en andere progressieve mensen leidde zelfs tot een publicatie van Reuters waarin werd geschreven: “sinds gisteren is er een klopjacht gaande in de straten van Boedapest,” en ook dat mensen “worden als honden opgejaagd en afgeslacht en aan palen en balkons opgehangen. Door het hele land zijn er beelden die refereren aan de terugkeer van de ‘witten’ in het Hongarije van 1919”.[7]

 

 

 

.

De rol van het internationale imperialisme

De poging tot contrarevolutie in Hongarije steunde niet alleen op reactionaire krachten in Hongarije zelf en opportunisme binnen de Hongaarse Arbeiderspartij. Buitenlandse inmenging speelde een zeer belangrijke rol, vooral in het voorbereiden en ondersteunen van de contrarevolutionairen. Decennia later is de betrokkenheid van buitenlandse, imperialistische landen bij de “Hongaarse Opstand” iets dat door steeds meer bronnen wordt bevestigd en ook wordt toegegeven, bijvoorbeeld door wat een Britse overheidsfunctionaris schaamteloos zegt: “In 1954 namen we agenten van de Hongaarse grenzen, en deze reden we naar gebied in Oostenrijk dat onder Britse controle viel. We namen ze mee naar de bergen en gaven ze gevechtstraining… Nadat we ze getraind hadden met explosieven en wapens, nam ik ze terug… We trainden ze voor de opstand.[8] Allen Dulles, die van 1953 tot 1961 directeur was van de CIA en bekend staat om zijn betrokkenheid bij verschillende coups en couppogingen (o.a. Iran 1953, Guatemala 1954, Cuba 1961), gaf toe dat “wij” (d.w.z. de geheime dienst van de VS) al wisten wat er zou gaan gebeuren in Hongarije.[9]

De imperialisten gebruikten tijdens de contrarevolutie ook hun radiozender ‘Free Europe’, die gefinancierd werd door de overheid van de VS. [10] Deze zender riep Hongaren op om in opstand te komen. Ze riepen op om te saboteren, om de contrarevolutionairen te steunen met voedsel en andere voorraden. Er werd zelfs verkondigd dat de VS militaire ondersteuning zou leveren.

 

Het mislukken van de contrarevolutie

Zoals eerder genoemd organiseerden communisten, arbeiders en boeren zich in revolutionaire gardes en probeerden met de contrarevolutionaire groepen af te rekenen. In bepaalde gebieden wisten zij zich te bewapenen en de terreur te stoppen. Op 3 november vormden partijkaders in Szolnok een nieuwe revolutionaire regering, in contrast met de Nagy-regering die grotendeels neigde naar de kant van de contrarevolutionairen. De revolutionaire regering vroeg om steun vanuit de Sovjet-Unie om de contrarevolutie te stoppen. De USSR gaf gehoor aan dat verzoek. In de dagen die daarop volgden overwonnen de Hongaarse georganiseerde arbeiders en communisten met hulp van het Rode Leger de contrarevolutionairen.

Zo mislukte dus de contrarevolutie in Hongarije van 1956. Vanzelfsprekend hebben we in dit artikel niet meer dan een schets kunnen geven van de ontwikkelingen. Het is een complexe geschiedenis waarin veel factoren een rol spelen, waaronder de materiële omstandigheden indertijd, de moeilijkheden waar Hongarije en de gewone bevolking mee te maken hadden, de ideologische strijd in de partij binnen de context van de ontwikkelingen in de theorie en strategie van de internationale communistische beweging, de activiteit van reactionaire krachten in Hongarije zelfs, de buitenlandse inmenging etc. Al die kwesties moeten nader bestudeerd worden om een concreter begrip te krijgen van de ontwikkelingen rond deze gepoogde contrarevolutie, zodat we daaruit ook de de juiste leringen kunnen trekken.

 

Weerslag van gepoogde contrarevolutie in Nederland

De gepoogde contravolutie zette ook internationaal de tegenstellingen tussen het socialisme en het imperialisme op scherp. De ontwikkelingen in Hongarije hadden ook hun weerslag in Nederland. Toen in Nederland de berichten binnenkwamen dat de Hongaarse communisten samen met het Sovjetleger de ‘Hongaarse Opstand’ (lees: contrarevolutie) hadden neergeslagen, ontstond een gespannen sfeer. Anticommunisten (radicale christenen, ex-militairen en ex-fascisten) bestormden het CPN-hoofdkantoor Felix Meritis aan de Amsterdamse Keizerskracht. Honderden communisten probeerden de menigte buiten het pand te houden. De geweldplegers hadden het onder andere gemunt op de CPN-krant De Waarheid die in hetzelfde gebouw gedrukt werd. De politie stond erbij en keek ernaar terwijl de gevels en ruiten van Felix Meritis sneuvelden. Vanaf het dak gooiden communisten stenen naar beneden om de belagers op afstand te houden. Het lukte de anticommunisten uiteindelijk niet om binnen te dringen. De communisten hielden stand en Felix Meritis bleef in handen van de CPN.

Niet alleen bij Felix Meritis werden communisten belegerd. Bij verschillende woningen van CPN-raadsleden werden ruiten ingegooid, de winkel van uitgeverij Pegasus werd vernietigd en ook andere gebouwen van CPN-massaorganisaties werden bekogeld en in brand gestoken. Ook werden CPN-leden in elkaar geslagen door anticommunisten. Dit alles werd in de burgerlijke media goedgepraat. Het Parool schreef bijvoorbeeld dat de vrienden van de Sovjet-Unie het ‘dubbel en dwars’ hadden verdiend. Ook nadat de situatie kalmeerde bleven de spanningen in Nederland bestaan.[11]

Hongarije nu

Terug naar Hongarije. Zoals wel bekend hield uiteindelijk het socialisme in Hongarije in 1989 op te bestaan. De golf van contrarevoluties die door interne en externe tegenstellingen in Oost-Europa tot stand waren gekomen hadden zich voltrokken. Dit met armoede, instabiliteit en maatschappelijke ellende tot gevolg. Alles waar de Oost-Europese arbeidersklasse in de veertig jaar na de Tweede Wereldoorlog voor had gestreden werd afgebroken. Uit een peiling in 2010 gaf 72% van de Hongaren aan dat het grootste deel van de bevolking beter leefde onder het socialisme.[12]

Onder andere in Hongarije bleek de armoede, instabiliteit en uitzichtloze situatie een perfecte voedingsbodem voor een nieuwe reactionaire, rechts-nationalistische politiek die tot heden met de scepter zwaait. Communistische symbolen zijn verboden en alleen het contrarevolutionaire verhaal over 1956 wordt vertelt. Het afgelopen decennium emigreerden 600.000 Hongaren uit hun vaderland.[13] Vooral jongeren zoeken hun geluk in westelijke EU-landen. De rechts-nationalistische president Viktor Orbán is een dienaar van het kapitaal en offert het Hongaarse volk op het altaar van de vrije markt. Zo kwam hij met een ‘slavenwet’ waarbij Hongaarse arbeiders per jaar 400 uur zonder compensatie moesten overwerken wanneer dit het kapitaal zo uitkwam.[14] Dit als compensatie voor de emigrerende bevolking die het kapitalisme wegjaagt.

De strijd is echter nog niet gestreden. In Hongarije zijn sinds een aantal jaren demonstraties tegen de overheid en haar afbraakbeleid en ook vakbonden beginnen weer mondiger te worden. Hoe zeer er ook geprobeerd wordt door de ideologen van de burgerij om het communisme in een kwaad daglicht te zetten, steeds meer mensen en vooral jongeren beseffen dat het huidige systeem ze geen toekomst kan bieden, en dat er strijd nodig is om een wereld op te bouwen zonder armoede, oorlog en uitbuiting.

 

[1] Dimitroff, G. Ausgewählte Schriften in drei Bänden, dl. 2. Berlijn 1958

[2] R. M. Bigler, “Heil Hitler and Heil Horthy! The nature of Hungarian racist nationalism and its impact on German-Hungarian relations 1919-1945”, East European Quarterly, Vol. VIII

[3] Strassenreiter, “Die Vereinigung der beiden Arbeiterparteien in Ungarn (Juni 1948)”, Beiträge zur Geschichte der Arbeiterbewegung

[4] Geciteerd uit de Essay of History of KKE, Second Volume, Synchroni Epochi, Athene 2011, p. 587.

[5] “The imperialist counterrevolution”, speciale editie van Rizospastis, november 2001.

[6] Neue Welt Magazin, uitgave. 12/1956

[7] Geciteerd uit de Essay of History of KKE. Ibid. p. 586

[8] De verklaring is te vinden in het boek van Micheal Smith, zie. Eelftherotypia, 23.10.1996

[9] Neue Welt Magazin, uitgave. 12/1956.

[10] Geciteerd uit de Essay of History of KKE. Ibid.

[11] AFVN verslag van de aanval op Felix Meritis

[12] https://www.pewresearch.org/fact-tank/2010/04/28/hungary-better-off-under-communism/

[13] Trouw. 2 mei 2018. Hongarije loopt leeg, met honderdduizenden tegelijk.

[14] Nieuwsbrief FNV, 21 december 2018